Hoe krijgen onze politici hun authenticiteit weer terug? Christiaan Weijts schrijft in zijn column in de NRC van 10 maart dat de kans dat je bij één van onze lijsttrekkers een authentiek trekje aantreft minimaal is. Dit is tegenstelling tot het pleidooi van Jan Terlouw over het ‘legendarische Touwtje’ dat niet door de boodschap, maar door de menselijkheid legendarisch werd, aldus Weijts.

Of staat de boodschap wel degelijk centraal, en is het juist de doordachtheid van de boodschap van Terlouw die aanspreekt? Of zijn het de waarden die hij benoemde, zoals zorgzaamheid en vertrouwen hebben in elkaar, die miljoenen mensen raakten?

Begin december hield Jan Terlouw bij DWDD een pleidooi om elkaar weer meer te vertrouwen met als metafoor het touwtje uit de brievenbus. Hij deed een oproep aan politici om zich hard te maken voor datgene wat er toe doet in het leven: een zowel fysiek als sociaal gezonde samenleving.

En ookal heeft Weijts een punt met betrekking tot het touwtje – aandoenlijk naïef – Terlouw’s oproep is wel degelijk relevant: politici hebben als taak het vertrouwen in de samenleving te bevorderen. Hoe kunnen politici (en andere leiders) werken aan vertrouwen? Daarover gaat dit verhaal.

Een nieuwe metafoor
Vertrouwen is als schone lucht, zegt filosoof Annette Baier, we kunnen niet zonder. Maar we merken het pas als het verdwijnt of onder druk komt te staan. Aandacht voor vertrouwen en aandacht voor het klimaat liggen dus in elkaars verlengde: alleen het ene onderwerp betreft ons sociale, het andere ons fysieke klimaat.

Aandacht voor ons fysieke klimaat is vooral op de toekomst voor onze kinderen gericht. Het gevoel van onbehagen dat ontstaat als ons sociale klimaat onder druk komt te staan, overkomt nu veel mensen. Als je je baan kwijt raakt, je buurt ziet veranderen op een manier die je niet prettig vindt, je je gehinderd voelt door een systeem waarin de menselijke maat ver te zoeken is, dan knapt er iets. Dan word je angstig of boos of gefrustreerd. De filosoof Arnold Cornelis noemt dit de logica van het gevoel. Mensen streven schoonheid na, zegt Cornelis, samengaan van geborgenheid, rechtvaardigheid en zelfherkenning. Als dat ontbreekt zijn angst, boosheid en verdriet het gevolg en politici doen er wijs aan deze gevoelens serieus te nemen. Als politici echt gaan begrijpen waar de onvrede vandaan komt, kunnen zij problemen daadwerkelijk oplossen, dan worden waarden van iedereen gerespecteerd en wordt de kwaliteit van leven bevorderd.

De vraag is nu: hoe komen zij tot de juiste inzichten? Het lijkt erop dat zij vooral met hun eigen beeldvorming bezig zijn. ‘Zij zijn’, schrijft Weijts in zijn column, ‘….allemaal hyperbewust van zichzelf. Angstvallig zie je ze hun menselijkheid onderdrukken’. Zo neemt de geloofwaardigheid van de politici niet toe en buigen de negatieve emoties niet om naar positieve. Hoe kunnen zij ervoor zorgen betrouwbaarheid uitstralen?

Waar gaat het ons om?
Uit vertrouwensonderzoek komt naar voren dat het essentieel is te ontdekken welke vorm van vertrouwen onder druk staat. Hebben wij burgers geen vertrouwen in hun bekwaamheid? In hun goede wil? In hun eerlijkheid? Of zit de angel in de manier van communiceren? Wil de burger jou als politicus kunnen vertrouwen, moet je weten waar je het over hebt, je moet over de juiste informatie beschikken. Als je vertrouwd wilt worden, moet je niet alleen je eigen belang nastreven, maar ook op zoek gaan naar het gemeenschappelijke belang. En je aanpak moet integer zijn. Je moet de waarden waar je als partij voor staat, de cultuur die je uitdraagt, ook zelf na- of liever voorleven. ‘Walk your talk’, zoals de Engelstalige zeggen. En je moet daarover op een zorgvuldige en oprechte manier communiceren. Wij burgers willen geen verborgen agenda’s en valse beloftes, maar authenticiteit, transparantie en een luisterend oor.

Philip Huff waarschuwt in zijn essay in dezelfde krant van 10 maart ook voor de beelden en oneliners die de campagnevoerende politici ons presenteren. Hij waarschuwt de kiezers voor denkfouten en refereert hier aan systeem 1 (beroep op onze intuïtie) en systeem 2 (beroep op onze kennis en relativeringsvermogen) van Nobelprijswinnaar Kahneman. Waarden appeleren aan ons ‘automatische’ systeem 1, onderzoeken en partijprogramma’s appeleren aan ons ‘weloverwogen’ systeem 2. Huff haalt een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (uit 2008) aan waarin aan geestelijk leiders bij moskeeën gevraagd is wat zij belangrijk vonden. De uitkomsten waren: respect, een goede band met de buren, rust en stabiliteit en zorgzaamheid. Als bepaalde politici de hele tijd zeggen dat Nederland islamiseert, schrijft Huff, ga je die kans overschatten, in weerwil van de cijfers, en wint systeem 1. Het is daarom belangrijk dat leiders zich realiseren hoe ons brein werkt. Volgens Prof. Arjo Klamer doen partijstandpunten er in de politieke werkelijkheid van alledag maar weinig toe, het gaat de kiezer om de waarden waarvoor een partij staat. Wij stemmen op de partij waarvan wij de cultuur herkennen als de onze. Klamer legt in de NRC van 11 maart uit waarom hij op de SP stemt: de SP, schrijft hij, staat niet alleen voor solidariteit en gelijkwaardigheid, maar de bestuurders en leden brengen dit ook dagelijks in de praktijk en kiezen voor de mensen die sociaal en financieel kwetsbaar zijn. Dat komt overeen met zijn waarden, dat spreekt hem aan. Huff heeft de hoop dat de kiezers ook in staat zijn hun systeem 2 ‘aan’ te zetten: langzaam denken door de kiezers is geboden, adviseert hij.Overigens heeft Klamer naar mijn idee bij zijn keuze systeem 2 ook aanstaan, hij kiest weldoordacht.

Geen wantrouwen
Hoe dan ook, wij willen allemaal van een groeiende tweedeling in de samenleving en het onderlinge wantrouwen af. En het probleem is niet dat het ons aan geld of aan technologie ontbreekt, zoals Jan Terlouw ons voorhoudt. En het is ook niet dat wij van nature slecht zijn of alleen ons eigen belang nastreven, dat geloof is achterhaald. Primatoloog Frans de Waal laat zien dat altruïstisch en moreel verantwoord gedrag ook bij apen voortkomt, het zit in ons systeem. Waar De Waal voor waarschuwt is dat bij apen aandacht voor het algemeen belang zich niet uitstrekt buiten de eigen groep. Uit zijn experimenten blijkt dat de samenleving afbrokkelt als de baten niet door alle participanten gedeeld worden. Het is waarschijnlijk dat menselijk gedrag hetzelfde principe volgt, aldus De Waal. Hij ziet daarom voor ons mensen als de uitdaging van deze tijd het wij-tegen-zij denken voorbij te komen. Dat betekent dus: niet de ander beschadigen, niet de wereld verdelen in winnaars en verliezers, maar transparant zijn over je bedoelingen en rekening houden met elkaar.

Vertrouwenstaal
En dit doen wij te weinig met z’n allen. Als we deze vertrouwenstaal willen leren spreken, dan begint dat met goed naar elkaar te luisteren en te checken of we elkaar echt begrepen hebben. Wie is waar nu precies bang voor of boos over? We kunnen ervoor zorgen dat mensen zich niet in de steek gelaten voelen, of het recht in eigen hand gaan nemen door het tonen van goede wil jegens elkaar. En dat begint met afspraken maken over de waarden waar wij voor staan en waarnaar wij willen handelen. Overkoepelende waarden, zoals rechtvaardigheid en matigheid, maar ook de praktische vertaling hiervan. Hier komen oude tegeltjes wijsheden van pas. Een richtlijn als ‘wat ge niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ is een mooi voorbeeld, net als ‘bezint, eer ge begint’!

Het accepteren van racisme en discriminatie is niet meer van deze tijd. We mogen van elkaar verwachten dat mensen elkaar respectvol bejegenen. Dit luisteren naar elkaar en handelen volgens onze gedeelde waarden gaat lukken als wij oefenen in de kunst van de reflectie en zelfreflectie. Niet alleen ‘big data’, maar vooral ook introspectie. Dat begint bij het onderkennen van het belang van onze emoties, aandacht voor ‘systeem 1’ van Kahneman. We kunnen dan bijvoorbeeld constateren dat sommige primaire reacties, zoals agressie bij de toestroom van vluchtelingen, nog gebaseerd zijn op de automatische inzet van sociale emoties die in evolutionaire zin bedoeld zijn om gevaar te onderkennen. Deze emoties zijn begrijpelijk maar uiteindelijk slechte raadgevers en we moeten leren ze te onderdrukken of te onderzoeken met behulp van ons ‘systeem 2’. Dan komen we het wij-tegen-zij denken voorbij.

Zelfreflectie vraagt om moed, niet alleen van onze politieke leiders, maar van ons allemaal. Het vraagt om moed om je open en dus kwetsbaar op te stellen. Dat voelt niet prettig, we gaan dat liever uit de weg. Toch is het dé manier om onze menselijkheid te tonen. Door in lastige situaties in dialoog met elkaar hulpvragen te stellen, fouten te erkennen, kennis te delen en onze negatieve emoties te onderzoeken en vervolgens te dempen, vinden we de verbinding met elkaar. En zo openen we de toegang tot onze creativiteit en de juiste inzichten om oplossingen te vinden. Echte oplossingen in het leven van alle dag, met elkaar en voor elkaar. Dat is wat werken aan vertrouwen inhoudt in deze tijd, een actief onderzoekend proces dat nooit ophoudt. Zo ontstaat er positieve energie en dan zijn wij mensen tot heel veel in staat. Politici neem hierin het voortouw!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.